De plaats Aardenburg heette vroeger Rodenburgh, hetgeen weer afstamde van Rodanum, een Romeinse nederzetting rondt de tijd van Christus op de plaats van het latere Rodenburgh. De stad kreeg kort voor 1127 stadsrechten en is daarmee een van de oudste steden van Nederland. In Aardenburg heeft de grootste Romeinse nederzetting van het deltagebied gelegen, naar schatting een vierkante kilometer groot. Dit is pas rond 1975 daadwerkelijk vastgesteld. Er zijn muren, grachten, torens en een poortgebouw gevonden. Aan de hand van opgegraven munten is ontdekt, dat er een Romeinse nederzetting geweest is tot 270 jaar na Christus. Langs de Noordzeekust waren 10tallen forten aangelegd in opdracht van de Romeinse keizer Marcus Aurelius. De muren rond Rodanum waren 6 tot 7 meter hoog. Het fort was omgeven door een gracht. Aardenburg werd in de middeleeuwen Rodenburg/Rodanburch genoemd. Het was toen nog met de zee verbonden door een riviertje (de Ee). In de 13e eeuw is de naam geleidelijk veranderd in Ardenborch. Aardenburg was in deze 13e eeuw een van de 'Londensche Hanze'-steden. De Franken en de Friesen hebben er gevechten geleverd en ook zijn de Noormannen binnengevallen. Aardenburg goeide uit tot een belangrijke handelsplaats door de gemakkelijke bereikbaarheid via het Zwin en de Ee en door een achterland met Brugge als hoofdplaats. Waar de Ee uitmondde in het Zwin, werd een sluis gebouwd bij Slepeldamme. Door zijn ligging en belangrijkheid was Aardenburg rond 1300 al een vestingstad. In 1299 kreeg Aardenburg toestemming van Gwijde van Dampierre, regent van Vlaanderen, om te versterken met dubbele wallen, dubbele grachten en 4 stadspoorten. In 1604 viel Aardenburg nog ten prooi aan Prins Maurits, welke nadien weer de vesting versterkte, modernere wallen aan liet leggen en de schansen versterkte. Na de vrede van Munster in 1648 raakten de vestingwerken in verval. In 1672 hebben ze echter nog dienst gedaan tegen de Fransen. Van 1688 tot 1701 zijn ze echter afgebroken. |